De naam LED staat voor Light Emitting Diode en dat wilt niet meer
zeggen dan een lichtgevende diode.Een diode is een P/N-overgang en in de
vaktaal wordt het wel eens “een stukje halfgeleidertechniek” genoemd.
Opbouw en afmetingen
Een LED is opgebouwd uit een anode en kathode waardoor de stroom vloeit en een LEDchip die zich bevindt in een reflector. Het geheel wordt omhuld met transparante of gekleurde kunststof, die bij standaard LEDs een klein
lensje vormt zodat het licht iets gebundeld wordt. (Zie afbeelding)
De chipafmetingen van een LED bedragen ongeveer 300 µm bij 500 µm.
De gangbare bedrijfsstromen liggen tussen de 3 mA en de 30 mA. De doorlaatspanningen
(de spanning van wanneer de LED begint te branden) hangen af van de kleur van de led. Een rode led heeft bijvoorbeeld een doorlaatspanning van 1,6 V en een groene 2,4 V.
Dit zijn ongeveer de uiterste waarden van de LEDs aangezien de
rest van de kleuren een spanning heeft die tussen de 1,6 V en de 2,4 V ligt.
De werking
Een LED bestaat uit twee halfgeleidermaterialen die elk op hun eigen energieniveau elektronenbanen hebben. Wanneer er een spanning over de LED wordt gezet gaat er een stroom vloeien. Via de kathode worden elektronen aangevoerd die op een bepaald moment overgaan naar een lagere elektronenbaan van de andere stof. Bij de overgang naar een lagere elektronenbaan verliest het elektron energie en deze energie wordt uitgezonden onder de vorm van elektromagnetische straling (=licht). Hier hebben we hetzelfde “probleem” als bij de gloeilamp of de fluorescentielamp, namelijk dat niet alle elektromagnetische straling zichtbaar is voor de mens. Een deel wordt uitgezonden onder de vorm van UV straling en infraroodstraling en een ander deel onder de vorm van nuttig, zichtbaar licht. De materiaalkeuze bepaalt het energieverschil tussen de elektronenbanen en daarmee de kleur van het licht dat wordt opgewekt.
Harwig kan u op het gebied van LED verlichting maatwerk advies geven over zowel de te kiezen LED verlichting alswel de montage en inbedrijfstelling.



